Content is comming here as you probably can see.Content is comming here as you probably can see.

Tremelo Damiaandorp

Dorp van Pater Damiaan

Pater Damiaan : Biografie

Ongetwijfeld is Pater Damiaan de trots van Tremelo ! Nooit heeft een eenvoudige gebleven man zoveel gedaan voor de medemens. Op deze pagina's vind je de beknopte levensloop van de grootste Belg aller tijden.

Biografie :

Damiaan na zijn dood :

Meer over Damiaan :

Jozef De Veuster

Jozef De Veuster werd geboren op 3 januari 1840 te Tremelo in het gehucht Ninde als zoon van Frans De Veuster en Anna-Katrien Wouters (Cato genoemd). Hij was de jongste zoon en het zevende kind in een reeks van acht, in een gezin van kleine boeren met een stuk land en een bescheiden huis, waar de vader naast het kostgewin op de boerderij ook nog een handel had in granen.

Het gezin De Veuster

Bekijk hier de stamboom van Damiaan

Op het moment van zijn geboorte heerste er een economische crisis. Daarbovenop waren er in de streek ook nog een aantal mislukte aardappel- en graanoogsten. In Vlaanderen heerste algemene hongersnood. Alsof dit nog niet genoeg was, verspreidde zich over het land een tyfusepidemie, gevolgd door cholera. Duizenden mensen stierven van ziekte of honger. De steden werden overrompeld door bedelaars. Benden zwierven langs de velden en probeerden te overleven door diefstal en plundering.

Ook in Tremelo was er armoede. In de bossen en op de zanderige heide woonden alleen maar zandleurders, mosselkruiers, kermisvolk en bezembinders. Het waren schuwe mensen, die probeerden te overleven.

Op een streepje vruchtbare grond langs de Dijle, in het gehucht Ninde, woonden landbouwers die het wat beter hadden. Onder hen de familie De Veuster. Het gezin De Veuster had het geluk het eerste stenen huis in de omtrek te bezitten. Kort nadat moeder Cato van Jef in verwachting was trokken ze in deze woning.

Geboortehuis Jef De Veuster (foto Damiaancentrum Leuven)

Jef moest al op vroege leeftijd meewerken met zijn ouders op de boerderij en in de graanhandel. Wanneer het wat minder goed ging trok vader Frans met één van de oudere broers van Jef naar Oostenrijk. Daar gingen ze bloedzuigers zoeken die ze in België konden verkopen. In die tijd werden bloedzuigers veel gebruikt in de ziekenhuizen voor aderlatingen.

Het boerenleven op het veld voor het woonhuis van het gezin De Veuster (foto Damiaancentrum Leuven)

Boerderij en kerk, landelijkheid en godsdienstigheid waren bij de De Veusters tot een éénheid verweven. Twee zussen van Jef trekken het klooster in en ook zijn broer Auguste kiest voor het leven in een religieuze orde.

De anderen hielpen op de boerderij, vader Frans rekende op Jef om de familiezaak verder te zetten. De kinderen mochten wel eerst naar Werchter naar school bij Meester Bols tot ze hun eerste communie deden, maar daarna wachtte het veld. Meester Bols was een goede maar strenge meester. Meer dan eens loopt Jef met ezelsoren op het hoofd rond en hij komt ook regelmatig te laat omdat hij onderweg blijft hangen.

 
 

Pauline De Veuster
(foto Damiaancentrum Leuven)

Ondanks het harde werk op het veld geniet Jef van het buitenleven. Zijn opa leert de kinderen alles over planten en de herders uit de buurt leren hem over de dieren. Ook bij timmerlui uit de buurt gaat Jef langs om zijn nieuwsgierigheid te bedwingen.

Jef groeit uit tot een gezonde kerel. Hij is niet bang om de handen uit de mouwen te steken en is een echte durver. Zo redt hij in de winterperiode een vriend, die tijdens een partij schaatsen door het ijs is gezakt. Tijdens een spel waarbij de kinderen vanaf de berm op voorbijrijdende karren willen springen komt Jef onder een wiel terecht. Hij houdt er een blijvend oogletsel aan over.

In de avonduren leest moeder Cato verhalen voor over heiligen. Jef is vooral geboeid door de verhalen over Cosmas en Damianus, tweelingen en artsen die in 304 werden vervolgd en onthoofd.

 

Auguste De Veuster - frater Pamfiel
(foto Damiaancentrum Leuven)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1847 sterft Jefs jongere zusje Melanie aan cholera. Zijn andere zus Eugenie, ondertussen kloosterzuster geworden, sterft in 1857. Zus Pauline besluit om haar plaats in te nemen.

Ook broer Auguste treedt in in het klooster van de Heilige Harten, de Picpussen. Vooral naar deze broer kijkt Jef op.

Broer Auguste spreekt vlot Frans, Jef kan dit echter niet door zijn werk op de boerderij. Vader wil echter dat Jef ook Frans leert als mogelijke opvolger van de familiezaak. Hij besluit Jef naar Braine-le-Compte te sturen in Henegouwen.

 

Jozef De Veuster wordt Damiaan

In mei 1858 trekt Jozef naar Braine, maar voelt zich niet gelukkig en aanvaard. Hij houdt contact met zijn broer Auguste (ondertussen frater Pamfiel) en in de zomervakantie verblijft hij verscheidene weken bij hem in het klooster van de Heilige Harten te Leuven. Ook bij de Picpussen is Jef eerst niet tevreden.

Eind september 1858 trekt Jef weer naar Braine. Het valt hem daar echter allemaal heel zwaar tegen, en hij schrijft een brief aan zijn broer om met de oversten van de Picpussen te spreken. Jef wil intreden. Met Kerstmis vraagt hij zijn ouders om hun toestemming. Kort na Nieuwjaar 1859 verlaat hij de kostschool.

Op 2 februari begint Jef zijn noviciaat onder de naam Damiaan. Omdat zijn gedane studies ontoereikend waren voor een kandidaat-priester, begon hij in de klasse der Koorbroeders. Hij kreeg toelating om ondertussen Latijn te studeren o.l.v. broer Pamfiel. Met succes, zodat hij in augustus 1859 mocht overstappen naar de aspirant-priesters.

Half juni 1860 vertrekt frater Damiaan naar Issy bij Parijs om er zijn noviciaat af te ronden. Op 7 oktober daarop mocht hij in het generaal huis, rue de Picpus te Parijs zijn eeuwige geloften uitspreken. Tijdens die plechtigheid werd, naar het ritueel van de congregatie, een zwart doodskleed over de jonge frater uitgespreid : het afsterven aan de wereld ! Prater Damiaan blijft nog 11 maanden in Parijs, studeert er wijsbegeerte en vervolmaakt zich in Frans en Latijn, zijn tegenactie voor het uitgelachen en het niet serieus genomen worden !

Damiaan komt in Parijs ook in aanraking met missionarissen en een bisschop uit de eilanden van de Stille Zuidzee. Door deze verhalen droomt hij van een taak als missionaris.

Op 25 september 1861 keert hij naar Leuven terug. Broer Pamfiel wordt op 28 februari 1863 priester gewijd, en Damiaan wil dat mee vieren. Na enige maanden krijgt Pamfiel een benoeming voor een missie van Hawaï. Tijdens de voorbereiding van deze missie wordt hij door tyfus getroffen. Damiaan, pas begonnen aan zijn tweede jaar theologie, schrijft vlug naar zijn algemene overste en krijgt van hem de toelating om in de plaats van Pamfiel te vertrekken. Na een vlug afscheid in Scherpenheuvel neemt hij op 24 oktober de trein naar Parijs voor een retraite, samen met de anderen die met hem zouden afreizen naar Hawaï.

Damiaans ouders hebben ondertussen het besef dat zij hun zoon nooit zullen terugzien. Op 29 oktober scheept Damiaan in op de driemaster R.W. Wood, samen met 5 confraters en 10 zusters, bestemming : Hawaï. Net voor zijn vertrek laat hij zich in Parijs fotograferen naar zijn "grote voorbeeld" Franciscus Xaverius.

De jonge Damiaan voor zijn vertrek te Parijs
(foto Damiaancentrum Leuven)

De reis verloopt niet echt rustig, verschillende reizigers worden zeeziek, ook Damiaan. Het schip moet hevige stormen trotseren en ze krijgen ook te maken met een ongelovige bemanning.

Sint-Jozefsdag, 19 maart 1864, komen ze in Honolulu aan. Op de kade wordt Damiaan onthaald door Modeste Favens, de lokale Picpus-overste. De eerste indrukken zijn overweldigend : prachtige natuur en mooie huizen. Ook de bevolking maakt indruk : iedereen loopt er blootsvoets, de mannen in ontbloot bovenlijf en ook de vrouwen zijn er schaars gekleed. Damiaan maakt al snel kennis met de Franse bisschop Mgr. Maigret. Die is niet tevreden met het feit dat men hem geen priesters maar fraters stuurt. Hij besluit daarop de fraters tot priester te wijden, dat gebeurt op 21 mei 1864.

Mgr. Maigret (foto Damiaancentrum Leuven)


(…)"Ja lieve ouders, vraegt dagelijks voor mij aan God, dat ik altijd in zijnen heiligen dienst mag volharden, dat ik een goed missionaris mag zijn en dat ik naen lange tijd in den wijngaerd des heere gewerkt te hebben, ik in uw gezelschap voor altijd God mag aanschouwen." (…)



Damiaan op 33-jarige leeftijd
(foto Damiaancentrum Leuven)

Achttien dagen later worden twee van hen als pastormissionaris ingezet op het grote en bergachtige eiland Hawaï : pater Clemens in Kohala en pater Damiaan in het gebied Puna. Hij is de eerste vaste priester voor deze uitgestrekte "parochie". Hij gaat er enthousiast aan het werk, bezoekt zijn verspreide gelovigen, bekeert de heidenen, geeft catechese, dient de sacramenten toe en bouwt onvermoeibaar kleine bidplaatsen.

In maart 1865 echter verwisselt hij met pater Clemens van gebied. Damiaan trekt naar het veel bergachtiger en grotere district Kohala. Daar gaat hij met dezelfde ijver aan de slag. Ondertussen wordt hij geconfronteerd met een vreselijke ziekte en de gevolgen ervan : lepra. Damiaan is vooral ontzet over het feit dat de mensen die aan die ziekte lijden sociaal volledig uitgesloten worden. Hij merkt dat op deze mensen gejaagd wordt om hen daarna te verbannen naar een eiland waar ze onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven. Hij voelt zich sterk betrokken.

Begin mei 1873 bevindt Damiaan zich te Wailuku op Maui voor een inwijding van een nieuwe kerk. Daarna wordt nog nagepraat over een artikel in een plaatselijke krant over de melaatsensamenleving (leprozerie) op het eiland Molokaï. In dat artikel spreekt de journalist onomwonden van een verschrikkelijke plaats waar mensen letterlijk wegrotten, waar er moord en doodslag, dronkenschap en prostitutie heerst. De journalist suggereert dat er een volle taak wacht voor een missionaris.


(…)"U weet dus lieve ouders dat U in het midden van de Stille Oceaan op een eiland van 150 huizen omtrek, een kind heeft dat van u houdt, een priester die dagelijks voor u bidt, en een missionaris die voortdurend op zoek is naar de verdwaalde schapen van onze Heilige Redder. Ik heb veel kruisen en heel wat problemen hier, maar lieve ouders, niettemin ben ik zeer gelukkig."(…)

Kamiano

Mgr. Maigret wil elke 3 maanden een missionaris naar de leprozerie sturen om orde op zaken te stellen. Damiaan biedt zich meteen als vrijwilliger aan en is de eerste om te vertrekken. Vrijwel onmiddellijk maakt de lokale pers de aankomst van de jonge priester op Molokaï met veel verve en sensatie bekend. Damiaan is al meteen een beroemdheid. Op vrijdag 9 mei vertrekt Damiaan met de gouden raad : "Eet niet met de melaatsen, raak niemand aan en rij nooit in hun zadel". Damiaan komt aan en wordt verwelkomd door een groep stinkende, vuile en zichtbaar vervormde mensen.

Het beeld van de bewoners die Damiaan te zien kreeg (foto's Damiaancentrum Leuven)

De eerste nacht zal Damiaan onder een oude boom slapen en al meteen weet hij dat hier zijn definitieve roeping ligt.

Molokaï

De nederzetting te Molokaï (foto Damiaancentrum Leuven)

Damiaan gaat te werk als een missionaris van zijn tijd. Hij organiseert een parochie en richt allerhande verenigingen op. Hierbij besteedt hij veel zorg aan de volkse liturgie.

Met de hulp van zieken die nog sterk genoeg zijn, bouwt hij huizen, legt hij een waterleiding aan en verbetert hij de aanleghaven en haar toegangswegen.

 

Het leven op Molokaï (foto's Damiaancentrum Leuven)

Van in het begin krijgt hij het echter aan de stok met allerlei instanties en oversten. De gezondheidsraad verbiedt dat iemand het eiland verlaat, maar Damiaan veegt daar zijn voeten aan.

Hij komt steeds langs als hem iets wordt geweigerd. Hij krijgt het ook zwaar aan de stok met zijn Nederlandse confrater die zijn manier van werken niet ondersteunt.

Damiaan komt constant vragen naar kleren, bouwmaterialen, hulpgoederen en helpende handen. Het duurt niet lang of hij krijgt een reputatie als lastpost en koppigaard.

Overhevelen melaatsen (foto Damiaancentrum Leuven)


De melaatsen denken er echter anders over. Damiaan is hun vriend, hun Kamiano. Eindelijk is er iemand die hen helpt, zonder zich af te vragen of ze al dan niet katholiek zijn.

 

Damiaan met de weeskinderen van Molokaï (foto's Damiaancentrum Leuven)

Damiaan geeft de melaatsen houten huisjes in plaats van vochtige hutten. Er wordt gezorgd dat iedereen een fatsoenlijke begraafplaats krijgt, en Damiaan zorgt er voor dat de afgestorvenen door voedselzoekende varkens met rust worden gelaten. Het dorp krijgt zelfs een echte waterleiding.

Hij zorgt er meteen ook voor dat de mensen iets te doen hebben : hij richt een fanfare op en organiseert paardenrennen. Tegelijk bedenkt hij allerlei handige middelen om de mensen op een normale manier te laten leven.

Ondertussen blijft hij in onmin met zijn oversten en de gezondheidsraad. Zijn inzet blijft echter niet onopgemerkt, de koning van Hawaï ontvangt hem en op het eiland krijgt hij zelfs het bezoek van de prinses. Hij wordt tot ridder geslagen en dit wekt nog meer afgunst op bij zijn oversten.

De fanfare van Molokaï (foto Damiaancentrum Leuven)

Op een zondag in 1878 begint Damiaan zijn dienst met de woorden "Wij melaatsen". Hiermee weet men dat hij beslist heeft om definitief te blijven. Niet lang daarna bemerkt hij kleine droge vlekjes op zijn huid, en tijdens het wassen overgiet hij zijn voeten met heet water zonder iets te voelen. Damiaan heeft lepra !

Hij heeft echter geen tijd om zich hierover zorgen te maken : hij moet blijven vechten voor zijn mensen.

(…)"Ik ben nog steeds gezond en stevig zoals u me heeft gezien op de dag van mijn vertrek in 1863, uitgezonderd mijn linkervoet die gedurende drie jaar bijna alle gevoel heeft verloren, het is een verborgen vergif dat mijn hele lichaam dreigt aan te tasten."(…)


Damiaan wordt echter steeds zieker en zieker. Hij krijgt knobbels, zijn voeten worden gevoellozer, hij ziet steeds slechter. Damiaan krijgt opnieuw kritiek doordat men hem ontucht aanwrijft. Men houdt op dat moment vast aan de theorie dat lepra een gevolg is van syfilis, en daardoor wordt Damiaan beschuldigd van ontucht met een vrouw. Hierdoor wordt hij regelmatig onderworpen aan vernederende onderzoeken. Het laat hem echter allemaal koud.

Om in het reine te komen met zichzelf en God wil Damiaan biechten. Door de angst om het eiland te bezoeken wordt hem een biecht toegestaan in een klein bootje naast een bezoekend schip. Iedereen aan boord kan de biecht horen, en dat is voor Damiaan de ultieme vernedering.

Molokaï (foto Damiaancentrum Leuven)

 

Het dorp te Molokaï (foto Damiaancentrum Leuven)

Damiaan sterft

Gelukkig voor Damiaan begint het verhaal van zijn werk zich te verspreiden. Zo bezoekt de schrijver Charles Warren het eiland. Hij raakt zo onder de indruk dat hij over Damiaan en diens werk begint te schrijven. Hierdoor raakt Damiaan wereldberoemd, zijn omgeving wordt echter nog afgunstiger. Bewust van zijn nieuwe status begint Damiaan brieven de wereld in te sturen. Eén van die brieven komt terecht in de Britse krant The Times. Het publiek is echt getroffen door de verhalen en van overal ter wereld stromen giften binnen. Die komen op een rekening terecht waar enkel Damiaan toegang toe heeft.

Er ontstaat een nieuwe hetze tegen Damiaan omdat velen zich afvragen wat hij met al dat geld doet. Het bewijs is op Molokaï te vinden : Damiaan bouwt verder huizen en koopt verzorgingsmiddelen voor de zieken. Intussen krijgt hij ook hulp van een andere priesters en de zusters die met hem in Hawaï zijn toegekomen.

(…)"Al mijn liefde en beste wensen aan onze goede vriend Edward. Ik tracht langzaam mijn kruisweg te gaan, en ik hoop de top van mijn Golgotha te bereiken. Voor immer de uwe"(…)


In september 1888 moet Damiaan een dienst afbreken. Op 30 maart 1889 spreekt hij zijn laatste biecht. Een dag later ontvangt hij het heilige oliesel. Pater Damiaan sterft in de ochtend van 15 april 1889 tussen zijn vrienden.

 

Damiaan op zijn sterfbed (foto's Damiaancentrum Leuven)

 

Damiaan opgebaard (foto Damiaancentrum Leuven)

Damiaan heeft zestien jaar lang geleefd tussen 500 à 1000 misvormde zieken die wachtten op de dood. Gemiddeld om de twee dagen stierf er iemand. Naast de lichamelijke pijn heeft hij geleden onder het onbegrip van zijn religieuze en burgerlijke overheden. De publiciteit rond zijn persoon en zijn werk, het geld dat hij vaak van Anglicaanse vrienden ontving, het ereteken dat hem door het Hawaïaanse koningshuis werd toegekend en dat hij omwille van zijn zieken niet weigerde, waren aanleiding tot onbegrip, afgunst en kwaadsprekerij.

Molokaï vandaag

1936 : Damiaan komt naar huis

Na aandringen van Pater Van Houtte, Provinciaal van de Belgische Provincie der HH. Harten, schreef Koning Leopold op 12 februari 1935 een brief aan President Franklin Roosevelt van de U.S.A. om de repatriëring van de stoffelijke resten van Pater Damiaan te vragen. Hij benadrukte het "vurige verlangen van de paters van de Heilige Harten" om de terugkeer van Damiaans stoffelijk overschot naar België te bekomen. Franklin Roosevelt zegde de medewerking van zijn regering toe.

In de zomer van datzelfde jaar werd bisschop Stephen Alencastre SS.CC. op de hoogte gebracht van dit verzoek. Daar het uitging van de hoogste autoriteiten bleef hem weinig keuze tot weigering. Van zodra de beslissing aan het grote publiek bekend werd, antwoordde de bevolking van Hawaï met gelaten afkeuring. Slechts enkelen tekenden luidop verzet aan. Feit was dat de bewoners van het territorium in deze zaak maar weinig in te brengen hadden.

De hele zaak leek reeds beslist vooraleer er enige bespreking verscheen in de lokale pers. In september 1935 dienden de melaatsen van Molokai bij de gouverneur een petitie in waarin zij verzochten om het stoffelijk overschot van Damiaan te laten waar het was. De petitie was erg emotioneel : " ... Do you separate a father from his son ... ?" Het mocht niet baten. Alhoewel de bisschop liet verstaan dat hij erover zou denken een klein gedeelte van de stoffelijke resten weg te nemen en in een verzegelde urne te bewaren zodat later daarvoor een gepast schrijn kon worden opgericht, bleek dit in realiteit niet mogelijk.

Pater Damiaan was op zijn uitdrukkelijk verlangen naast de Philomenakerk begraven op 16 april 1889. In die periode was Kalawao nog een dorp met ongeveer 500 bewoners. Reeds een hele tijd voor de opgraving had de Gezondheidsraad van Hawaï beslist Kalawao te evacueren en de hele bevolking samen te brengen in Kalaupapa. Ten gevolge van deze beslissing werd Kalaupapa een totaal verlaten plaats en werd niet geheel ten onrechte gevreesd dat het graf van Damiaan zou worden verwaarloosd, alhoewel er toch door de regering van Hawaï 3000 dollar was bestemd voor het onderhoud van het graf, en er een bewaker was aangesteld om het nodige toezicht te houden. In feite bleven er maar drie gebouwen overeind in Kalawao : de Philomenakerk, de residentie van pater Damiaan en het houten huisje van Joseph Dutton.

Verzegeling van de kist in Molokaï
(foto Damiaancentrum Leuven)

Na de korte toespraak van de bisschop werd de kist gedurende korte tijd langs de wegkant geplaatst aan de voorzijde van de kerk, opdat allen Damiaan een laatste keer konden groeten. Vervolgens werd de kist met het stoffelijk overschot in een houten laadkist geladen en met een lijkwagen vervoerd naar het vliegveldje in de nabijheid van Kalaupapa. Het Amerikaans leger had drie bommenwerpers ter beschikking gesteld en een escorte van enkele kleinere vliegtuigen om de personaliteiten naar Honolulu te vliegen. De krat met zijn kostbare inhoud werd langs het bommencompartiment aan boord van het vliegtuig geladen. De melaatsen van Molokai bleven de aan de horizon verdwijnende vliegtuigen nastaren. Kort voordien hadden ze bij de kist nog vol droefheid het aangrijpende "Aloha oe" gezongen. Het was niet alleen hun vaarwel maar meer nog een "wij houden van u !"

Het stoffelijk overschot van Damiaan bleef gedurende een week opgesteld in het klooster van de congregatie van de Heilige Harten in Honolulu, toegankelijk voor het publiek. Talrijk waren ze, zowel katholieken als protestanten, die Damiaan eer kwamen bewijzen. Vooraleer de tocht te vervolgen werd nog een speciale requiemmis opgedragen in de Onze-Lieve-Vrouw-van-Vrede-Kathedraal. In diezelfde kathedraal werd Jozef De Veuster in 1864 priester gewijd. Twee dagen vooraleer de roodhouten kist met het lichaam van de martelaar van Molokai in de speciaal daarvoor gemaakte koahouten kist werd geplaatst, had er een korte officiële plechtigheid plaats in het klooster van de ss.cc. congregatie.


Een perkament met de handtekening van de acht getuigen, aanwezig bij het openen op de dag van de ontgraving, van de originele lijkkist werd samengebonden met een lint in de pauselijke kleuren, de officiële zegels werden aangebracht door Mgr. Alencastre. Ten slotte werd het deksel van de praalkist gesloten. De "Republic" vertrok in de namiddag van 3 februari 1936 voor de reis naar San Francisco.

De kist verlaat de kathedraal van Honolulu (foto Damiaancentrum Leuven)

 
 

De kist wordt aan boord van de "Republic" gebracht (foto's Damiaancentrum Leuven)

 

De "Republic" (foto Damiaancentrum Leuven)

In San Francisco werd het gebeente gedurende vijf dagen in de kathedraal vereerd door duizenden gelovigen. Daarna werd de lijkkist met het Amerikaanse oorlogsschip "Republic" tot Panama gebracht.

Erewacht in San Francisco (foto Damiaancentrum Leuven)


San Francisco (foto Damiaancentrum Leuven)

 

Overbrengen van de kist in San Francisco (foto Damiaancentrum Leuven)

Tenslotte werd de kist overgemaakt aan Kapitein Van de Sande op het Belgisch schoolschip "Mercator". Onvoorziene omstandigheden hadden doen besluiten de plechtigheden bij aankomst in de haven van Antwerpen te verdagen. Daarom moest de "Mercator" een maand langer dan voorzien in volle zee blijven. Aanleggen op de Bermuden was noodzakelijk vanwege een tekort aan drinkwater, zoals ook nadien nog gebeurde op de Azoren.

De overtocht bleef ook niet gespaard van tegenslag. Op 18 april stak er plots een hevige storm op die verschillende dagen aanhield. In de nacht van 27 op 28 april werd de lijkkist van Damiaan losgeslagen. Met alle beschikbare mankracht, en met een allegaartje van hulpmiddelen waaronder matrassen en kussens, moest gewerkt worden om te voorkomen dat de 500 kg zware kist tegen de metalen buitenwand van het schip zou stoten. Op 30 april werd aangelegd in Vlissingen, wachtend tot het tijd werd om af te varen naar Antwerpen.

De kist van Damiaan op de Mercator (foto genomen op de tentoonstelling op de Mercator)


Op zondag 3 mei 1936 zeilde het opleidingsschip triomfantelijk de haven van Antwerpen binnen. Er hing een grijze nevel over de Schelde en het was een beetje killig. De "Mercator" werd vergezeld van een ere-escorte bestaande uit pleziervaartuigen, yachten, slepers, boten en scheepjes. Langs de Zeeuws-Vlaamse oevers kwamen Nederlanders massaal de varende optocht bekijken en een stille groet brengen aan pater Damiaan. Vanaf Doel, waar de "Mercator" België binnenvoer, bestond de menigte langs de Scheldeoevers hoofdzakelijk uit Belgische oeverbewoners en lieden uit de dorpen van het nabije hinterland.

Om 14u30 kondigde het bulderen van kanonnen en het geschetter van Thebaanse trompetten het binnenvaren aan van de "Mercator" in de Antwerpse haven. Langzaam gleed het schoolschip naar kade 12 toe waar zou worden aangemeerd. Er was heel veel volk gekomen om Damiaan te groeten.

Overschrijden van de Belgische grens door de Mercator (foto Damiaancentrum Leuven)

Bekijk hier de video (bron : VRT)

De familie De Veuster en vele ordebroeders der HH. Harten waren eveneens getuige van de grootse hulde die door een half miljoen mensen in de Scheldestad aan de Held van Molokaï werd gebracht.


Onder klokkengelui en klaroengeschal werd de doodskist op de schouders van acht kadetten aan wal gedragen. Op kade 21 werd het stoffelijk overschot opgewacht door Koning Leopold, Kardinaal Van Roey, de bisschoppen van België, Eerste Minister Paul Van Zeeland en de voltallige regering, burgemeester C. Huysmans en vele andere gezagdragers.

 

De kist wordt aan land gebracht (foto's Damiaancentrum Leuven)

 

Begroeting door koning Leopold (foto Damiaancentrum Leuven)

De praalkist werd in een huldewagen neergezet en door Antwerpen gevoerd. Er was speciaal een langer traject gekozen opdat zoveel mogelijk toeschouwers getuige konden zijn van deze gebeurtenis. Overal een dichte menigte die telkens wanneer de praalwagen met Damiaans lichaam voorbijtrok een eerbiedige stilte observeerde. Niettegenstaande de alomtegenwoordige grote menigte, sommigen vermelden "honderdduizenden", bleef de stemming eerbiedig en ingetogen. In de kathedraal volgden lofreden vol waardering en erkenning over pater Damiaan, zijn leven en werk, en de betekenis daarvan voor de eigentijdse gelovigen. De plechtigheid werd besloten met het "In Paradisum". Vervolgens werd de praalkist opgesteld op de Groenplaats.

 

Doortocht te te Antwerpen (foto's Damiaancentrum Leuven)

 

De stoet op de Groenplaats te Antwerpen (foto's Damiaancentrum Leuven)

Bekijk hier de brochure uit Gazet Van Antwerpen (1936)

Dan begon de triomfantelijke processie langs achtereenvolgens de Meir, de Leysstraat, de Leien en de Mechelsesteenweg. Aan de tocht van de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal naar Berchem namen naar schatting 10.000 personen deel en werden er 2.000 vlaggen meegedragen. Opgemerkt werd ook een delegatie van een duizendtal bedevaarders uit Nederland, een Engelse delegatie van 200 personen, geleid door bisschop Edward Myers, hulpbisschop van Westminster en 200 Duitse bedevaarders. Deelnemers uit Frankrijk bleven afwezig, waarschijnlijk omdat er op dezelfde dag verkiezingen plaatsgrepen in hun land.

In Berchem werd de kist op een lijkwagen geplaatst en kon de nachtelijke tocht langs de Kempische steden en dorpen beginnen : Berchem, Lier, Koningshooikt, Berlaar, Heist-op-den-Berg, Goor, Groot-Lo, Tremelo...

Nachtelijke tocht van Antwerpen naar Leuven (foto Damiaancentrum Leuven)

Een lange sliert auto's volgde de lijkwagen. Langs de wegen waar de autostoet voorbijtrok, stonden mensen biddend te wachten in de milde meinacht. Van alle kerktorens langs het traject klonk klokkengelui. In Tremelo, alhoewel het volgens de originele programmering niet aan bod kwam en er slechts op de valreep werd besloten gehoor te geven aan het dringende verzoek van de Tremelonaren (tot spijt van de Mechelse bevolking) was er, zoals verwacht, veel volk samengestroomd om dit moment van "de terugkeer" mee te maken.

De stemming was feestelijk : muziekkorpsen en knallend feestgeschut kortten het wachten en zorgden voor sfeer. Bij de kerkdeur was een praalboog opgericht. In die kerk was het begonnen : daar werd de kleine Jozef De Veuster op 3 januari 1840 gedoopt. Nu was hij er terug als de grote gevierde, "hun" Damiaan. Hij die de naam van het dorp wereldbekendheid had gegeven door zijn werk voor de melaatsen van Molokai.

Veel tijd om te blijven was er niet, de tocht moest verder gezet worden naar Leuven.

Het was na middernacht toen de stoet Leuven bereikte. Het stoffelijk overblijfsel werd opgebaard in de Sint-Pieterskerk voor een nachtwake. Soldaten werden aangewezen om gedurende de nacht de wacht te houden. Gedurende de ganse nacht was er een onophoudelijke stroom van gelovigen die Damiaan kwamen groeten.

Op zondag 4 mei om 10u werd een plechtige requiemmis gecelebreerd met assistentie van Zijne Eminentie kardinaal van Roey. Voorganger was Paul Vanhoutte, provinciaal van de Belgische provincie van de Congregatie van de Heilige Harten. Mgr. Karel Cruysberghs had voor de gelegenheid een prachtige lofrede voorbereid. Door ziekte verhinderd was hij evenwel niet in de mogelijkheid om deze enige gebeurtenis mee te maken. De door hem geschreven lofrede werd voorgedragen, eerst in het Nederlands en daarna in het Frans door E.H. Sobry, professor aan de Leuvense Universiteit.


Onder massale belangstelling werd na de eucharistieviering in de St.-Pieterskerk de laatste tocht aangevat die Damiaan zou terugbrengen naar de St.-Antoniuskapel vanwaar hij in 1863 naar Hawaï was vertrokken. De processie begaf zich langs de Albertlaan, de Brusselsestraat, de Oude Markt en de Parijsstraat naar de St.-Jozefkerk (de volkse benaming van de St.-Antoniuskapel). In de kapel was een praalgraf klaargemaakt.

De kist werd door zes mannen de trappen op en naar binnen gedragen. Van zodra de kist binnen was, kwam er plots beweging in de buiten wachtende menigte, die in een plotse opwelling naar voor stuwde. De kerkdeuren werden echter onverbiddelijk gesloten. De kapel was nu eenmaal te klein om ze open te stellen voor een grote massa en het risico te lopen dat de laatste korte plechtigheid door rumoer kon worden verstoord.

Omstreeks 13u werden de laatste gebeden gezongen. De praalkist bleef nog een tijd uitgesteld om aan duizenden mensen gelegenheid te bieden nog een laatste groet te komen brengen. Het werd nogmaals een indrukwekkend eerbetoon gebracht door mensen uit alle lagen van de bevolking : kinderen, huismoeders, arbeiders, priesters, professoren, vrouwe1ijke en mannelijke religieuzen, soldaten en studenten. Geduldig bleven ze aanschuiven voor een kort gebed en een vluchtig aanraken van de koahouten kist. De toeloop was zo overweldigend dat wederbegraving op diezelfde dag niet mogelijk bleek.



 

Overbrenging van de Sint-Pieterskerk naar de Sint-Antoniuskapel te Leuven (foto's Damiaancentrum Leuven)

Pas op dinsdagavond 5 mei, werd na een laatste zegen door de kardinaal Damiaans stoffelijk overschot te ruste gelegd, in aanwezigheid van talrijke confraters en de leden van de Damiaancomités van Antwerpen en Leuven, en werd de onderste zware zerksteen over de verzegele praalkist geschoven. De volgende dag begonnen arbeiders aan het oprichten van het massieve, zwart marmeren grafmonument.

Aankomst aan de Sint-Antoniuskapel te Leuven (foto Damiaancentrum Leuven)

De kist wordt binnengedragen in de Sint-Antoniuskapel te Leuven (foto Damiaancentrum Leuven)

Oorspronkelijk graf van Damiaan te Leuven (foto Damiaancentrum Leuven)

Zaligverklaring van Damiaan

De voorbereiding om Pater Damiaan zalig te laten verklaren heeft jaren geduurd. In eerste instantie werd de kist opnieuw geopend en werden de beenderen van Damiaan ondergebracht in afzonderlijke kistjes.

Openen van de kist van Damiaan (foto Damiaancentrum Leuven)

De handbeenderen van Damiaan (foto Damiaancentrum Leuven)

De verschillende kleine kistjes (foto Damiaancentrum Leuven)

Zaligverklaring door de Paus

Op 7 juli 1977 ondertekende paus Paulus VI het decreet over de heldhaftigheid van de deugden. Pater Damiaan werd daardoor eerbiedwaardig verklaard. Op 13 juni 1993 ondertekende paus Johannes-Paulus II het decreet tot zaligverklaring. Pater Damiaan werd door Paus Johannes-Paulus II zalig verklaard op zondag 4 juni 1995.

Het was de bedoeling dat de paus naar Tremelo zou komen in 1994 maar helaas brak hij zijn heup en moest het feest een jaar worden uitgesteld.

Tekst van de Zaligverklaring (foto Damiaancentrum Leuven)

 

Ook Moeder Theresa was aanwezig (foto Damiaancentrum Leuven)

 

Concelebranten (foto Damiaancentrum Leuven)

 

Helaas zat het weer niet mee (foto Damiaancentrum Leuven)

Na de viering op 5 juni in het Hiltonhotel in Brussel namen de eilandbewoners de rechterhand van Pater Damiaan mee terug. De Damiaan-relikwie werd met de nodige luister omgeven op verschillende plaatsen in Hawaï. Op 22 juli had de wederbegraving plaats op Kalawao, de oorspronkelijke plaats waar Pater Damiaan al die jaren geleefd en gewerkt had.

De relikwie (foto Damiaancentrum Leuven)

 

Overhandiging van de relikwie (foto Damiaancentrum Leuven)

Heiligverklaring van Damiaan

Op 11 oktober 2009 wordt Pater Damiaan heilig verklaard. Meer info is voorlopig hier samengevat.

Bronnen

  • Enkele foto’s zijn afkomstig uit het archief van de Vlaamse provincie van de Paters Picpussen en uit de "Damiaancollectie", beiden bewaard te Leuven
  • Paul Macken SS.CC., "De gestoorde rust van Pater Damiaan. Kalawao 1936-Kalawao 1995", Damiaan Documentatie en Informatiecentrum, Leuven, 1995

Zie ook :